DORDRECHT - Op 11 september 1722 luidden in Dordrecht de huwelijksklokken voor Matthijs Toussain en Margarieta van der Linden. Matthijs was een weduwnaar die woonde aan de Wolwevershaven 20 (het huidige huisnummer), en Margarieta was een weduwe die op het Steegoversloot woonde. Het echtpaar was voor die tijd al behoorlijk op leeftijd. Matthijs was tegen de 65 jaar oud en Margarieta begin 50.
Het huwelijksgeluk was van korte duur, want al een jaar later barstte de bom. Matthijs Toussain verliet de echtelijke woning en gaf een notaris de expliciete opdracht om zijn vrouw duidelijk te maken dat zij het veld moest ruimen. Margarieta kreeg welgeteld twee weken de tijd om het pand te verlaten. De eis werd door de notaris in onvervalst achttiende-eeuws Nederlands opgesteld:
Den eersten notaris tot desen specialijk versogt sal behoorlijk geassisteert uijtten name van mij Mattijs Toussain, vervoegen aan den persoon van joffrouw Margareta van der Linden, mijne huijsvrouw, ende aan deselve aanseggen dat ik ondergeschrevene haar door den notaris Nievelt mondeling op den 22 deser maand decemer, soo als nu schriftelijk kome en late doen. Dat ik mij woonplaats, dewelke ik tot nu toe gehad heb in mijn huijs op de Wollewevershaven binnen dese stad Dordrecht hebbe verandert ende dat ik ben gaan woonen te Leerdam ten huijse van Schellenberg.
Dat ik ondergeschrevene wijders mijn voorsegd huijs hebbe verhuurt omme aanstonts aanvaart te werden. Dat sij Margareta van der Linden vervolgens mijn voorsegd huijs alsnog binnen deze tijd van veertien dagen, soo met haar persoon als met hare ingebragte goederen sal hebben te ontruijmen ende te ontledigen. Bij wijgerigh, niet voldoende antwoord oft non prestatie van tgene voorsegd is, sult gij notaris wel expresselijk protesteren van alle kosten, schaden en interessen daar door te hebben ende te lijden omme alle deselve te verhalen daar en soo te rade werden sal; Laat copie van dese en relateert in wedervaren in geschrifte ten oorkonde getijkent op huijden den (n.n.) december 1723. (Matthijs Toussain)
De verhuizing van Matthijs naar Leerdam bleek achteraf van tijdelijke aard, want na verloop van tijd keerde hij gewoon weer terug naar zijn huis in Dordrecht. Over de reden van de breuk tasten we in het duister, maar het is nooit meer goedgekomen tussen de echtelieden. Margarieta van der Linden, die sindsdien van tafel en bed gescheiden leefde, overleed tientallen jaren later op 78-jarige leeftijd. Zij werd op 5 maart 1746 begraven vanuit de Kannekoopersbuurt, het deel van de Voorstraat dat destijds tussen de Nieuwbrug en de Nieuwkerkstraat lag.
Matthijs leefde na de breuk nog lang door aan de Wolwevershaven. Ruim twee jaar nadat hij zijn echtgenote op straat had gezet, op 26 september 1726, sloot hij een opmerkelijke overeenkomst met een zekere Elisabeth de La Haije, die destijds in Vianen woonde. Zij zou de rest van zijn leven als huishoudster bij hem in dienst treden. Naderhand weigerde zij dit echter, wat vermoedelijk de reden is dat Matthijs haar later financieel wilde straffen in zijn testament.
Pas op 6 augustus 1750 maakte de inmiddels hoogbejaarde Matthijs zijn testament op tegenover notaris Bartholomeus van der Star. De testateur verklaarde destijds dat hij "eenigsints onpasselijk zijnde" was. Gezien zijn voor die tijd uitzonderlijk hoge leeftijd – hij was inmiddels de negentig gepasseerd – bleek die onpasselijkheid inderdaad levensgevaarlijk. Matthijs stierf nog diezelfde week en werd op 18 augustus 1750 vanuit zijn huis aan de Wolwevershaven begraven.
In zijn testament liet Matthijs aan zijn dienstmeid Dirckje van Herweerder een bedrag van 600 gulden na. Tot zijn hoofderfgenaam en executeur testamentair benoemde hij zijn neef Jan Hubert, een koopman in Dordrecht. Mocht deze neef al eerder zijn overleden, dan zou diens vrouw Catharina Pincksternakel alles erven. Tot slot nam Matthijs een bittere passage op over zijn weigerachtige huishoudster. Hij bepaalde nadrukkelijk dat zijn erfgenamen "geene de minste stuijver aen Juffrouw Elisabeth de La Haije uijtrijcken ofte betaelen wegens zoodanige somme van agt duijsend guldens", een enorm bedrag dat zij vermoedelijk had kunnen claimen als zij destijds wel bij hem in dienst was getreden.
Bron: Jan Willem Boezeman (Augustijnenhof).
U kunt zich gratisop het cultuurhistorisch e-Zine 'Dordrecht Monumenteel | Dordts Geboren' abonneren op https://augustijnenhof.nl/tijdschrift.
