PAPENDRECHT - Terwijl de meeste Papendrechters zich rond vier uur ’s morgens nog eens omdraaiden, zat de elfjarige Gert van Wijngaarden al onder de koeien. Zijn vader had zijn hulp nodig bij het melken en dus stond Gert iedere ochtend vroeg op. Niet met grote tegenzin, zoals je misschien van een jongen van die leeftijd zou verwachten, maar omdat het nu eenmaal moest gebeuren. En als Gert iets deed, dan deed hij het goed.
Zijn onderwijzer dacht daar anders over. Die vond het maar niets en sprak zelfs van kinderarbeid. Gert kan daar nu nog om glimlachen. Zelf heeft hij die vroege ochtenden nooit als een last ervaren. Integendeel: hij leerde er aanpakken, verantwoordelijkheid dragen en niet weglopen wanneer er werk te doen was.
Die eenvoudige les van zijn vader - wat je doet, moet je goed doen - loopt als een rode draad door zijn leven. Het is dan ook niet toevallig dat juist Gert van Wijngaarden de eerste gast is in het nieuwe seizoen van ‘Appeltaart of Boterkoek, Wim de Leur in gesprek met…’.
Na de gebruikelijke zomerpauze keert het praatprogramma van RTV Papendrecht in september terug. Daarin niet zozeer aandacht voor functies, titels en wapenfeiten, maar vooral voor de mens die daarachter schuilgaat. En achter de bekende Papendrechtse garagehouder blijkt een bijzonder verhaal te zitten.
Een echte Papendrechtse naam
Van Wijngaarden is een naam die onlosmakelijk met Papendrecht verbonden lijkt. Er zijn verschillende families met die naam en wie lang genoeg in het dorp woont, kent er vrijwel altijd wel één.
Gert is de broer van Margré van Wijngaarden, de bekende voorvechtster voor het behoud van oud-Papendrecht. Waar zij zich met hart en ziel inzette voor het bewaren van het karakter van het oude dorp, koos Gert aanvankelijk voor een heel andere wereld: die van motoren, smeerolie en auto’s.
Na de ambachtschool ging hij op zestienjarige leeftijd werken bij zijn oom Arie van Wijngaarden. Die had aan de Veerweg, op de hoek met de Vondellaan, een voor die tijd opvallend fraaie garage laten bouwen. Daar begon Gert onderaan de ladder.
Lang bleef hij daar overigens niet staan. Zijn oom zag al snel dat de jonge Gert niet bang was om zijn handen vuil te maken. Hij werkte hard, wilde leren en nam alleen genoegen met goed werk. Zo klom hij op tussen de monteurs en kreeg hij later de kans het bedrijf over te nemen, samen met zijn vrouw Wilma en hun compagnon Mark Kalishoek.
De verkoop van auto’s bleek hem minstens zo goed te liggen. Misschien kwam het door zijn directe manier van doen. Gert hield niet van gladde verkooppraatjes en draaide nergens omheen. Klanten wisten bij hem waar ze aan toe waren en kwamen terug.
Met zijn vrouw Wilma aan zijn zij bouwde hij verder aan een onderneming die vele Papendrechters zich nog altijd herinneren. Auto Van Wijngaarden werd een vertrouwd adres voor Renault en Mitsubishi. Gert richtte zich vooral op Mitsubishi en behoorde zelfs tot de tien beste dealers in Nederland.
Wilma speelde daarbij een veel grotere rol dan vanaf de buitenkant misschien zichtbaar was. Het garagebedrijf was niet alleen Gerts zaak, maar nadrukkelijk ook hún gezamenlijke levenswerk.
Een grote mond en een klein hart
Wie Gert kent, weet dat hij niet altijd de diplomatiekste weg kiest. Hij is recht voor zijn raap, zegt wat hij vindt en verpakt zijn mening zelden in cadeaupapier. Niet altijd de makkelijkste, maar achter die stoere façade zit onmiskenbaar een klein hart. Hij is goudeerlijk, loyaal en staat pal voor de mensen die aan hem zijn toevertrouwd.
Dat karakter kwam misschien nog wel sterker naar voren bij de vrijwillige brandweer, de tweede grote rode draad in zijn leven.
Als jonge knul sloot Gert zich aan bij de jeugdbrandweer. Ook daar vielen zijn inzet en natuurlijke leiderschap op. Mede onder zijn leiding behaalde de Papendrechtse jeugdbrandweer zelfs de eerste prijs van Nederland. Na zijn militaire dienst keerde hij terug, ditmaal bij de reguliere vrijwillige brandweer.
Al snel werd hem gevraagd bevelvoerder te worden. Gert aarzelde. Niet omdat hij de verantwoordelijkheid niet aandurfde, maar omdat hij zichzelf er eigenlijk nog te jong voor vond. Uiteindelijk deed hij het toch. Ook daar gold immers: als er een beroep op je wordt gedaan, loop je niet weg.
Over zijn jaren bij de brandweer vertelt hij met enige terughoudendheid. De kameraadschap, het samenwerken en het blinde vertrouwen op elkaar koestert hij. Maar er waren ook ernstige branden en zware verkeersongevallen. Beelden die zich in een geheugen vastzetten en zich niet eenvoudig laten wegsturen.
Juist op zulke momenten moest een bevelvoerder niet alleen beslissingen nemen, maar er ook zijn voor zijn mannen. Gert deed beide. De brandweer heeft hem gevormd, maar liet ook sporen na.
Niet alles liep zoals gehoopt
Inmiddels is Gert gepensioneerd, al is stilzitten nog altijd niet zijn sterkste kant. Met enige teleurstelling kijkt hij terug op de afwikkeling rond de verkoop van zijn garagebedrijf. Op die vertrouwde plek aan de Veerweg zou een appartementencomplex verrijzen, maar de gang van zaken verliep anders dan hij op grond van de gemaakte afspraken had mogen verwachten.
Het is een van de weinige hoofdstukken in zijn leven waarop hij met een wrang gevoel terugkijkt. Niet lang daarna werd echter duidelijk dat er in het leven teleurstellingen bestaan die ineens heel betrekkelijk worden.
Kantje boord
Ongeveer twee jaar geleden kreeg Gert een zware bacteriologische infectie. Wat na zijn pensionering een nieuwe en zorgeloze levensfase had moeten zijn, veranderde vervolgens in een nachtmerrie. Die infectie verspreidde zich door heel zijn lichaam en bracht hem uiteindelijk op het randje van de dood.
Gert verloor het bewustzijn en lag wekenlang in coma. Wilma, zijn zus Margré en zijn broer Wim waakten bij hem, zo ongeveer dag en nacht. Veel meer dan afwachten, hopen en er eenvoudigweg voor hem zijn, konden zij niet doen. Lange tijd was volstrekt onzeker of hij het zou redden.
Het werd een lange, slopende periode. Niet alleen de weken waarin Gert buiten bewustzijn verkeerde, maar ook alles wat daarna kwam. Toen hij uiteindelijk weer bij bewustzijn kwam, was de strijd nog lang niet gestreden. De man die gewend was leiding te geven, problemen op te lossen en voor anderen klaar te staan, was nu volledig afhankelijk van de mensen om hem heen.
Herstellen ging niet met grote sprongen, maar stap voor stap, soms bijna onzichtbaar langzaam. Daarbij kwamen opnieuw de eigenschappen naar boven die hem zijn hele leven hadden gedragen: moed, koppigheid en een haast vanzelfsprekend doorzettingsvermogen. Gert vocht zich terug, geholpen door Wilma, die ook in deze zwaarste periode geen moment van zijn zijde week. Ook zijn zus Margré en zijn broer Wim bleven hem met grote trouw ondersteunen.
Hij is er eerlijk over: helemaal de oude is hij niet meer geworden. Zo’n ziekte laat zich niet eenvoudig uitwissen. Maar Gert is er nog. Hij kan weer genieten van de mensen om hem heen en van de gewone dingen die na zo’n ervaring ineens helemaal niet meer zo gewoon blijken te zijn.
Het heeft ook zijn blik op het leven veranderd. Waar vroeger werken, verantwoordelijkheid nemen en doorgaan vanzelfsprekend waren, is daar nu iets anders bij gekomen: dankbaarheid. Dankbaarheid voor Wilma en Margré, die bij hem bleven toen het werkelijk kantje boord was. En vooral dankbaarheid dat hij er nog altijd is.
Zo ontstaat in het gesprek het beeld van een markante Papendrechter: een harde werker, ondernemer en geboren leider. Een man die soms stevig uit de hoek kan komen, maar bij wie trouw en betrokkenheid altijd zwaarder wegen dan mooie woorden.
Misschien is er sinds die vroege ochtenden onder de koeien eigenlijk niet eens zoveel veranderd. Gert van Wijngaarden loopt nog steeds niet weg als het moeilijk wordt. Alleen weet hij inmiddels beter dan wie ook dat een mens niet alles alleen kan.
En dat het leven, wanneer je het bijna bent kwijtgeraakt, misschien wel het allermooiste geschenk is dat je kunt ontvangen.
De uitzending met Gert van Wijngaarden is vanaf zondag 6 september te zien op TV-Papendrecht, dagelijks om 11.00 uur, 16.00 uur, 19.00 uur en 23.00 uur.