DORDRECHT - Margret Stolk, fractievoorzitter van de VSP Dordt, zette tijdens de herdenkingsbijeenkomst op 4 mei in de Kruiskerk de geschiedenis van woonwagenbewoners in het licht. Vanaf 2011 is het traditie dat elk jaar een lid van de gemeenteraad wordt uitgenodigd om aan het programma mee te doen.
Rabbijn Peter Luijendijk
In het bezinningsprogramma voor de Dodenherdenking was ook aandacht voor het lot van Joodse Dordtenaren. Rabbijn Peter Luijendijk was daarvoor gevraagd door de organisatie het 'Platform Dordtse kerken'.
Ook een imam, een priester, een dominee, de burgemeester en de horecaondernemer van de Vriesestraat spraken.
Herinneringen toevoegen aan Dordts geheugen
Margret Stolk wil graag herinneringen toevoegen aan het collectief geheugen van de stad Dordrecht. Burgemeester Nanning Mol deed dat later bij de herdenking op het Sumatraplein ook in zijn verhaal over het lot van twee Joodse kinderen, die tot in de oorlog aan de Wijnstraat woonden. Ze werden in Sobibor vermoord.
Stolk wil de onderstaande verhalen borgen bij Dordrecht.net. Ze wil daarmee duidelijk maken hoe klein het verschil kan zijn tussen leven en dood in oorlogstijd. Zij begint haar verhaal bij een Dordtse muzikant, die werd geboren in 1920.
Van Laarhoven
"Tijdens de oorlog stond Johannes Emberthus van Laarhoven, geboren op 29 februari 1920 op het perron te wachten om op de trein te stappen.
Om hem heen stonden mensen dicht op elkaar. Angstig, onzeker en stil. Niemand wist precies wat hen te wachten stond, maar velen voelden dat het niet goed was.
Net voordat hij de trein in moest, gebeurde er iets onverwachts. Een officier herkende hem als muzikant. Hij wees naar hem en riep:
“Muzikant, muzikant.” De man werd uit de rij gehaald.Dat ene moment zou zijn leven redden.
Terwijl de trein vertrok richting een onzekere toekomst, bleef hij achter. Maar veilig was hij nog lang niet. Hij bracht negen maanden door in een kamp. Maanden vol angst, honger, onzekerheid en het voortdurende gevoel dat het leven ieder moment voorbij kon zijn.
Later wist hij samen met twee anderen te ontsnappen. Op de vlucht moesten ze een keuze maken welke kant ze op zouden gaan. De anderen kozen één route, maar diep vanbinnen voelde hij dat hij een andere kant op moest. Hij luisterde naar dat gevoel en liep alleen verder. Achteraf bleek dat die keuze opnieuw zijn leven redde. De twee anderen werden later doodgeschoten.
Na zijn vlucht dook hij onder bij een boer, waar hij drie maanden verborgen leefde. Altijd voorzichtig. Altijd bang ontdekt te worden. Maar tussen de stilte en het verborgen bestaan bleef iets overeind: hoop.
Dit verhaal laat zien hoe klein het verschil tussen leven en dood in oorlogstijd kon zijn. Soms hing alles af van één moment, één keuze of één toevallige ontmoeting. Maar het laat ook zien hoe sterk mensen kunnen zijn. Hoe moed, intuïtie en de wil om te overleven mensen op de been hielden in een van de donkerste periodes uit onze geschiedenis.
Daarom moeten deze verhalen verteld blijven worden. Omdat achter de cijfers en de geschiedenisboeken echte mensen schuilgaan. Mensen met angst, verdriet, hoop en doorzettingsvermogen. Mensen die nooit vergeten mogen worden."