DORDRECHT - Je zou kunnen zeggen, 80 Jaar Bevrijding, we weten het nu wel, over tot de orde van de dag.… Laat ik dan maar direct de toon zetten over mijn eigen gedachte hierover, we moeten blijven herinneren, we moeten blijven wijzen op de waanzin van geweld en oorlog en we moeten blijven wijzen op de noodzaak om mensen vrij te laten zijn hun eigen keuzes te maken en wat ze denken. Tolerantie, solidariteit en leven in vrede, dat moet toch een basis zijn waar iedereen steun aan geeft? Wordt dat ondermijnd dan moeten we opstaan om dat te benoemen. Ook al voelt dat soms ongemakkelijk. En hoe dichterbij dat komt, hoe lastiger het wordt elkaar daarop aan te spreken. Misschien helpt het dan om verhalen en kunstervaringen te delen over onder meer vrijheid en tegelijk daarvan met elkaar te genieten.

Schrijfster Roxane van Iperen, onlangs nog in Kunstmin, stelde met muziekgroep Calefax een programma samen met muziek uit tijden van conflict, trauma en geweld. Ze schreef: “Dat wat mensen niet kunnen, mogen of durven uitspreken, vindt als woordeloze adem in het instrument alsnog zijn weg naar buiten”.
In Duitsland werd onder leiding van de bende van Hitler in de dertiger jaren van de vorige eeuw beeldend kunstenaars, musici, schrijvers monddood gemaakt. ‘Entartete Kunst’ werd verboden, Joodse kunstenaars en musici werden in de ban gedaan en vervolgd. Daarnaast werd alles wat enigszins vernieuwend klonk of oogde verboden.
Gelukkig blijft ook het muziekgezelschap Ars Musica muziek en verhalen opzoeken over vrijheid en vrede.


Ars Musica, foto: Mirjam Lems

Verboden Noten
Op zaterdag 24 mei traden orkest en koor in de Wilhelminakerk op met het programma ‘Verboden Noten; vrijheid en vrede’.
Dirigent en oprichter van Ars Musica, Patrick van der Linden, ging op zoek naar ‘Entartete muziek’ en stelde een bijzonder programma samen met maar liefst 8 muziekstukken. Het digitale programmaboekje, online beschikbaar, biedt een schat aan informatie met uitgebreide verhalen over alle uitgevoerde werken en componisten.
Entartete muziek betrof onder meer muziek van Joodse componisten (zoals FelixMendelssohn), moderne muziek (de atonale vernieuwende muziek van Igor Stravinsky) en nationalistische muziek van musici die hun vaderland verheerlijkten (Chopin en Bartok). Daarnaast werden Russische muziek en de moderne genres als jazz, gospel en blues in de ban gedaan. Te gevaarlijk voor de tere Duitse oortjes.

Programma
Binnen het bestek van deze terugblik voert het te ver om de acht prachtige stukken die zijn uitgevoerd uitvoerig te bespreken. In het algemeen mogen we concluderen dat het jonge Ars Musica gezelschap zoals verwacht weer een perfecte muziekuitvoering bracht. Alles klopte: orkest, koor, muziekkeuze, de korte inleidende verhalen, de akoestiek in de kerk. Zoals altijd blijft het één wat meer hangen dan het andere, maar dat zegt niets over de afzonderlijke stukken.
De Duitse componist Hugo Distler werd in 1908 geboren als buitenechtelijk kind. Toen hij vier jaar oud was verdween moeder naar verre oorden om vier jaar later terug te keren. Hugo was psychisch erg kwetsbaar, voelde zich ongewenst. Zijn muzikale periode viel samen met de Nazitijd. Hij ontwikkelde zich tot een begenadigd kerkmusicus. Naarmate de nazi-repressie toenam nam zijn psychische kwetsbaarheid toe. Toen eenmaal de oorlog in alle hevigheid was uitgebroken hield hij het niet langer meer vol en besloot hij in 1942 een einde aan zijn leven te maken. De briefjes aan vrouw en kinderen gaan je door merg en been. Aan zijn kinderen schreef hij: “Als je eens wist hoeveel pijn ik heb. Bid voor mij. Ik sterf als een eenzame, arme, zondige man, hopend op Gods genade – wat anders zou ik kunnen zingen met het Requiem van Schütz: Maar zij zijn in vrede”. Denk aan je moeder. De laatste tijd is alles te moeilijk geweest. Ik kan niet meer”.
De laatste regels van zijn lied, ‘Ich wollt, dass ich daheime wär’, in vertaling:

Omdat het niet anders kan,
zoveel valse schijn ontvlucht de wereld.
Vaarwel wereld, God zegene U!
Nu ga ik naar de hemel.


Solist Johan Olof, foto: Mirjam Lems


​Zonder de andere stukken ook maar iets tekort te willen doen, kroop het lied Der Graben volledig onder mijn huid. De zinloosheid van oorlogsgeweld heb ik nog maar zelden zo indringend vertaald zien worden in taal (een gedicht van Kurt Tucholsky) en muziek (Hanns Eisler). Het gedicht van Kurt Tucholsky begint vanuit het perspectief van een vader en moeder wiens zoon de loopgraven opzoekt, om daar niet levend vandaan te komen.​

Der Graben

Mutter, wozu hast du deinen Sohn aufgezogen?
Hast dich zwanzig' Jahr mit ihm gequält?
Wozu ist er dir in deinen Arm geflogen,
und du hast ihm leise was erzählt?
Bis sie ihn dir weggenommen haben.
Für den Graben, Mutter, für den Graben.

Junge, kannst du noch an Vater denken?
Vater nahm dich oft auf seinen Arm.
Und er wollt dir einen Groschen schenken,
und er spielte mit dir Räuber und Gendarm.
Bis sie ihn dir weggenommen haben.
Für den Graben, Junge, für den Graben.

Drüben die französischen Genossen
lagen dicht bei Englands Arbeitsmann.
Alle haben sie ihr Blut vergossen,
und zerschossen ruht heut Mann bei Mann.
Alte Leute, Männer, mancher Knabe
in dem einen großen Massengrabe.

Seid nicht stolz auf Orden und Geklunker!
Seid nicht stolz auf Narben und die Zeit!
In die Gräben schickten euch die Junker,
Staatswahn und der Fabrikantenneid.
Ihr wart gut genug zum Fraß für Raben,
für das Grab, Kameraden, für den Graben!

Werft die Fahnen fort!
Die Militärkapellen spielen auf zu euerm Todestanz.
Seid ihr hin: ein Kranz von Immortellen -
das ist dann der Dank des Vaterlands.

Denkt an Todesröcheln und Gestöhne.
Drüben stehen Väter, Mütter, Söhne,
schuften schwer, wie ihr, ums bißchen Leben.
Wollt ihr denen nicht die Hände geben?
Reicht die Bruderhand als schönste aller Gaben
übern Graben, Leute, übern Graben -!
​


Kurt Tucholsky schreef het gedicht in 1926, enkele jaren nadat hij als soldaat de Eerste Wereldoorlog had overleefd. Zijn oorlogservaringen leidden tot een overtuigd pacifisme en antimilitarisme.

80 Jaar vrijheid leverde veel momenten op die tot nadenken stemden. Juist in een periode waar een heel volk wordt uitgemoord, uitgehongerd en de zee in wordt gedreven komen de aanklachten tegen eerder oorlogsgeweld extra binnen.
Jaarlijks bezoek ik op Goede Vrijdag een dorpskerkje ergens in Noord-Holland. Mijn dochter en schoonzoon zingen dan met anderen liederen die aansluiten bij het thema van het jaar. Dit jaar ging het over vertrouwen. Een jongen van 11 jaar zong er een lied van Spinvis ‘Zonder naam’. Ook op dat moment overkwam het me dat lied, tekst en omgeving me onder de huid kroop om er lange tijd onder verscholen te blijven.

De Letse componist Peteris Vasks( 1946) heeft weinig woorden nodig om een indringende oproep tot vrede te doen: “Dona nobis Pacem”, Geef ons vrede. Waarmee het bijzondere ‘Verboden Noten’ waardig werd afgesloten. Het sterkte me in de gedachte en de overtuiging dat kunst en muziek sterker is dan kogel en ander wapengekletter.
Voor de volledigheid voeg ik toch maar even die mooie tekst van Spinvis toe, om het verhaal in stijl af te sluiten.

Gehoord op 24 mei in de Wilhelminakerk: Verboden noten; Vrijheid en vrede
uitgevoerd door: Ars Musica orkest en koor
Dirigent: Patrick van der Linden
Solist: Johan Olof


Spinvis

Zonder Naam

Bij het pad achter het kerkje
Waar de wilde bramen staan
Staat een steen zoals zovelen
Zonder datum, zonder naam
Het verhaal is nooit vergeten
Voor eeuwig ligt hij daar
Een verdwaalde, stille jongen
Van amper twintig jaar

Hij had gedanst, hij had gedronken
Stond te praten in een kroeg
Met het meisje van de winkel
Toen iemand aan hem vroeg:
"Durf je te vechten voor de vrijheid?
Ben je een lafaard of een man?"
En nog tollend van de whiskey
Meldde hij zich aan

Zeg tegen ma dat we gaan winnen
Zeg haar dat het goed zal gaan
Dat als ik terug kom tegen kerstmis
Dat ze spaghetti voor me maakt
Achtentwintigduizend jongens
Werden die avond uitgezwaaid
Door de ministers en de hitsers
En de handelaars in haat

Op een ochtend vlak voor kerstmis
Kwam de vijand heel dichtbij
Het was een kleine, bleke jongen
En net zo bang als hij
Niemand weet waaraan ze dachten
Maar ze schoten op elkaar
Met de tranen in hun ogen
En amper twintig jaar

In de stilte zong een merel
In de heuvels lagen daar
De verloren dode zonen
Als broeders naast elkaar
Ze hielden van een bord spaghetti
En van dezelfde muziek
In hun handen de geweren
Uit dezelfde fabriek

Bij het pad achter het kerkje
Waar de wilde bramen staan
Staat een steen zoals zovelen
Zonder datum, zonder naam.