DORDRECHT - Op zaterdag 9 mei 2026 heeft de jaarlijkse bijeenkomst plaatsgevonden, waarbij bij de krijgsverrichtingen van 86 jaar geleden van de derde afdeling van het 14e Regiment Artillerie (III-14 RA) te Dubbeldam werd stilgestaan. Tijdens deze bijeenkomst werden de gevallenen, behorend tot deze Artillerie-afdeling, herdacht en werd er uitgebreid aandacht worden besteed aan de krijgsverrichtingen van deze afdeling tijdens de meidagen van 1940 op en rond het eiland van Dordrecht.
De plaats voor de herdenkingsbijeenkomst was wederom het Artilleriemonument, één van de schaarse artilleriemonumenten in de provincie Zuid-Holland, nabij het Damplein in Dubbeldam, nu gemeente Dordrecht. Het Damplein in Dubbeldam is enige jaren geleden mooi opgeknapt en daardoor kreeg het monument een nieuwe plaats op het zuidoostelijke deel van het Damplein, nabij de Elzenlaan. En ook nu is de vuurmond weer, net zoals destijds, precies gericht op ‘de Moerdijk’.
De organisatie van de bijeenkomst was, zoals al vele jaren, in handen van de Vereniging Officieren Artillerie afdeling Rotterdam en de Stichting Artillerie Monument Dubbeldam.
Het programma voor zaterdag 9 mei was:
10:00 uur Ontvangst in De Troubadour (Gravenhorst), Vijverlaan 1004, 3319 PK Dordrecht. Wij zijn daar bereikbaar via het telefoonnummer 078 616 43 33;
10:55 uur Welkomstwoord door de voorzitter van de Stichting Artilleriemonument Dubbeldam;
11:00 uur Gezamenlijk vertrek te voet vanaf De Troubadour naar het monument op het Damplein / de Elzenlaan . Voor mindervaliden kan desgevraagd vervoer per auto worden gezorgd;
11:15 uur Plechtige herdenking bij het monument en kranslegging, waarbij zowel mechanisch als live militaire muziek ten gehore zal worden gebracht;
12:00 uur Terugkeer naar De Troubadour alwaar samenkomst met koffie en belegde broodjes;
12:15 uur Toespraak door Brigadegeneraal der Rijdende Artillerie Paul Hoefsloot, op 1 januari 2021 aangetreden als directeur-bestuurder het Nederlands Veteraneninstituut;
13:00 uur Sluiting.
Speech Herdenking Dubbeldam 9 mei 2026
Door P.G.F. (Paul) Hoefsloot Brigadegeneraal Directeur-bestuurder
Geachte familie / nabestaanden, Burgemeester, Veteranen, overige aanwezigen,
Dank dat ik vandaag het woord tot u mag richten tijdens deze jaarlijkse herdenking voor gevallen artilleristen te Dubbeldam. Voor mij alweer even geleden dat ik hier te gast was bij de herdenking. Complimenten voor de wijze waarop jullie dit als organisatie / vrijwilligers ieder jaar weer zo respectvol doen. Op het belang van herdenken en het bespreken van het verleden kom ik later in mijn verhaal terug.
Voor de aanwezigen die mij niet kennen zal ik zo iets over mijzelf vertellen.
Vervolgens zal ik u meenemen in mijn werkzaamheden als directeurbestuurder van de Stichting Nederlands Veteraneninstituut. Ten slotte zal ik het belang van herdenken proberen te duiden vanuit een persoonlijk perspectief.
Zoals aangekondigd, mijn naam is Paul Hoefsloot, inmiddels 60 jaar, getrouwd met Miranda en vader van drie dochters, Femke & Lisanne (26) en Laura (24). Wij wonen in het goed gereformeerde dorpje Nijkerkerveen met meer kerken dan cafés, maar wel heerlijk landelijk in een boerderijtje met ruim 3 hectaren land. (Ik maak me dus geen zorgen over verveling als ik volgend jaar met FLO ga.) De reden dat we daar 8 jaar geleden zijn gaan wonen is tweeledig, de hobby van onze dochters, paardrijden, was zo uit de hand gelopen dat we inmiddels 4 paarden en 2 pony’s hadden en de tweede reden was dat we een plek zochten waar een mantelzorg deel beschikbaar was voor onze dochter Lisanne die op 13 jarige leeftijd zwaar hersenletsel had opgelopen door diezelfde hobby, paardrijden. Zoals gezegd is zij inmiddels 26, woont ze nu geheel zelfstandig en gaat het naar omstandigheden heel goed met haar.
Ik ben van KMA promotiejaar 1989, u weet wel, het jaar dat de Berlijnse Muur viel, en ik ben in dat jaar beëdigd op het schabrak bij het Korps Rijdende Artillerie. Dat is ook de reden dat ik nog steeds met trots de kwartiermuts draag. Terugkijkend op 37 jaar carrière als officier bij de Koninklijke Landmacht, heb ik verschillende mooie functies mogen vervullen in het operationele domein, op staffuncties bij de Koninklijke Landmacht, het Ministerie van Defensie en internationaal bij (DEU/NLD) Legerkorps te Münster. Ik heb twee uitzendingen mogen doen die mij zekergevormd hebben voor de rest van mijn carrière. Mijn eerste missie was in 1999 waar ik als batterijcommandant werd uitgezonden naar Macedonië en Kosovo. Hier ervaarde ik voor het eerst waar de mensheid toe in staat is als de haat maar groot genoeg is. In dat kleine gebiedje rond het stadje Orahovac of Rahovec zoals de Albanezen het noemen, hadden de Serven behoorlijk huisgehouden. De Albanese (Moslim) huizen waren bijna allemaal in de brand gestoken, alle moskeeën vernietigd, er lagen kadavers rottend en stinkend op straat en er waren in de directe omgeving een paar massagraven waar in totaal ruim 2000 lijken lagen, burger slachtoffers overigens, van jonge baby’s tot oude van dagen. Een van onze taken was om deze zogenaamde crime sites te bewaken, zodat het ICTY (International Crime Tribunal for Yugoslavia) de lichamen netjes kon bergen, identificeren en e.e.a. kon vastleggen als bewijslast tegen de Servische verantwoordelijken. U kunt zich ongetwijfeld voorstellen dat een aantal van onze jonge soldaten van toen, vandaag de dag nog steeds last hebben van de beelden en geuren van destijds. En dat dit soms extra getriggerd wordt als ze bijvoorbeeld op TV beelden zien van door de Russen afgeslachte burgers in Bucha in Oekraïne. Mijn tweede uitzending was in 2009 naar Afghanistan, waar ik als planner in de staf van de Task Force Uruzgan werkte. Een totaal andere ervaring, opgesloten op een zwaar bewaakt kamp, regelmatig beschietingen door de taliban met helaas in onze periode ook een dodelijk slachtoffer en zwaar gewonde collega’s. En buiten de poort voor de Battlegroup altijd dreiging en soms full scale war. De Rampceremonies voor overleden Nederlandse en buitenlandse collega’s zullen mij altijd bij blijven.
Na deze uitzending volgden diverse mooie functies waaronder het commando over 11 Afdeling Rijdende Artillerie. Jammer dat het eindigde met het opheffen van beide afdelingen (11 Afdra en 14 Afdva) en andere operationele capaciteiten als gevolg van de bezuinigingen in 2011. Gelukkig staan we er sinds het afgelopen jaar weer beter voor. We hebben weer twee parate afdelingen die uitgerust worden met de modernste middelen op het gebied van doelopsporing en doelbestrijding. Helaas zijn de omstandigheden die geleid hebben tot de versterking van de artillerie minder fraai.
Op dit moment vervul ik ruim 5 jaar de functie van Directeur-bestuurder van de Stichting Nederlands Veteraneninstituut, waarbij mijn uitzendervaring mij enorm geholpen heeft in het werk wat ik mag doen. Wij zijn een stichting met een wettelijke taak, namelijk het uitvoeren van het veteranenbeleid namens de minister. De kern van dit beleid staat beschreven in de Veteranenwet en het veteranenbesluit, die beiden in 2014 zijn geëffectueerd. Onze kerntaken zijn het stimuleren van Erkenning & Waardering in de maatschappij voor onze veteranen, het vervullen van de rol van expertise centrum op het gebied van veteranenzaken én het ondersteunen van veteranen, dienstslachtoffers en hun gezinnen in hun proces van herstel en waar nodig hen de toegang bieden tot de gespecialiseerde zorg binnen het Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen (LZV). We doen dat met ruim 250 medewerkers en vele vrijwilligers. Het Veteraneninstituut is gevestigd in Doorn en onze medewerkers, m.n. aan de kant van de Zorg, zijn verdeeld over heel Nederland. Ik wil benadrukken dat het met 90% van onze Veteranen goed gaat. Ze zien vaak hun missies als een belangrijke en waardevolle ervaring en kijken daar ook positief op terug. Zo’n 10% komt in contact met ons met een hulpvraag, ongeveer 5% komt in begeleiding van een Maatschappelijk werker en 2/3 % komt in aanraking met de 2e of 3e lijns zorg van het LZV. Uiteraard zijn dit gemiddelden en weten we dat die percentages bij sommige missies anders zijn, bv bij missies als Libanon, Srebrenica, Afghanistan. Ons grootste zorgpunt is de groep veteranen die wel hulp nodig hebben maar er niet om vragen of zelfs mijden.
Ik wil vandaag niet ingaan op al onze kerntaken, maar ik wil er graag een uithalen die wat mij betreft direct een relatie heeft met de herdenking waarvan u zojuist getuige van bent geweest. Bij ons expertise centrum leggen wij verhalen van veteranen vast in de zogenaamde interview collectie. Het is een digitale verzameling van gesproken interviews met veteranen vanaf de Tweede Wereldoorlog tot en met de huidige missies.
Daarnaast hebben we een aantal van deze interviews ook uitgeschreven en in boekvorm uitgegeven. Ik heb daar hier een voorbeeld van; boek Militaire Ooggetuigen. Deze interview collectie is digitaal benaderbaar en wordt vaak geraadpleegd voor historisch onderzoek, maar ook door families die willen weten wat pa of opa bijvoorbeeld heeft beleefd in zijn periode in Nederlands-Indië of Nieuw Guinea. We weten dat er in die periode niet of nauwelijks werd gesproken over de oorlogservaringen, maar dat het gezin, soms meerdere generaties lang, daar wel de consequenties van heeft ondervonden. En misschien geldt dat ook wel voor de families en nazaten van reserve kapitein Willem Dethmers, dpl soldaat Jan ter Stege, dpl soldaat Johan van Elten, dpl soldaat Gelijn Westerdijk, dpl soldaat Henri van den Akker en dpl soldaat Lambert Pennings. Door het overlijden van deze jonge mannen blijft hun persoonlijke verhaal voor hun dierbaren altijd een raadsel. De eerste generatie heeft het verdriet van hun overlijden het hele leven met zich mee moeten dragen en misschien wel onbewust ook overgedragen op de tweede en derde generatie. Het lezen of beluisteren van ooggetuigen verhalen van militairen die onder dezelfde omstandigheden in de meidagen van 1940 hebben gevochten kan de huidige generatie inzicht geven wat hun opa of overgroot opa toen beleefd moet hebben. En misschien geeft het waar nodig ook wel wat troost. Het feit dat deze verhalen bewaard blijven voor toekomstige generaties is voor ons als Veteraneninstituut de ultieme vorm van Erkenning & Waardering. Zolang je verhaal verteld blijft worden, ben je nog niet vergeten. En dat is precies wat er hier jaarlijks gebeurt bij de herdenking bij het monument. Zij die opstonden toen er een beroep op hen werd gedaan worden niet vergeten, door hen ieder jaar te herdenken en hun verhalen te blijven vertellen. Tenslotte wil ik u nog meenemen in het belang van het herdenken en het delen van de geschiedenis vanuit een persoonlijk perspectief. In het voorjaar van 2022 kreeg ik vanuit de Stichting Nationale Herdenking 15 augustus de vraag of ik dat jaar met mijn moeder en oudste dochter de zogenaamde drie generatie krans wilde leggen. Op 15 augustus staan we stil bij het einde van de Tweede Wereldoorlog voor het Koninkrijk der Nederlanden en herdenken we alle slachtoffers van de oorlog tegen Japan en de Japanse bezetting van Nederlands-Indië. Blijkbaar wist de organisatie van mijn Indische roots en gezien mijn functie bij het Nederlands Veteraneninstituut was ik waarschijnlijk een geschikte kandidaat. Mijn moeder en dochter stemden in om hieraan mee te doen.
Mijn moeder is net na de oorlog geboren in Soerabaja en kwam in 1953 als klein meisje met haar ouders en broertje per boot naar Nederland. Zo jong als ze was, heeft ook zij herinneringen aan haar tijd in Indië. Aan het mooie huis, het tropische fruit, de plek waar ze met haar oma ijsjes ging eten, maar ook aan de momenten dat ze door haar moeder achter de tafel werd getrokken omdat de Pemoeda’s al schietend door de straten reden. Haar vader, mijn opa, werd in de oorlog samen met twee broers gevangen genomen en gemarteld door de Kempeitai (militaire politie van het Keizerlijke Japanse leger) en gevangen gehouden in de Kalisosok gevangenis in Soerabaya. Na de oorlog deden de Indonesiërs het martelen nog eens dunnetjes over. Tijdens de oorlog verloor hij overigens twee andere broers. Eén broer diende bij de geallieerden, hij werd neergeschoten boven Frankrijk en is uiteindelijk begraven op de Grebbeberg. De andere broer diende als sergeant bij het KNIL en kwam om in gevangenschap; hij ligt begraven op het ereveld Kembang Kuning te Surabaya.
Met het trauma wat mijn opa tijdens en na de oorlog ongetwijfeld heeft opgelopen vertrok het gezin naar Nederland. Via diverse opvang locaties belandde het gezin uiteindelijk in een klein flatje in Rhenen. Alles wat mijn opa had opgebouwd in Indië was hij kwijt, het mooie huis, een goede baan met aanzien, het sociale leven, etc. Voor zijn verhaal en dat van vele anderen die uit Indië vertrokken, was geen gehoor. Laat staan dat er iets van georganiseerde traumazorg werd aangeboden. In Nederland was men (begrijpelijk) druk met de wederopbouw en had men zelf zorgen genoeg. Van het leven en gebeurtenissen in Nederlands-Indië wist men weinig tot niets. Mijn opa stierf helaas op te jonge leeftijd en ik kan me weinig van hem herinneren. Volgens mijn moeder was hij streng voor haar drie broers die hij met soms harde hand opvoedde. De deuren in huis moesten altijd zachtjes dicht worden gedaan. Waarschijnlijk deed het slaan met deuren hem terugdenken aan zijn tijd in de Kalisosok gevangenis, maar zeker weten doen we dat niet.
In de aanloop naar 15 augustus merkte ik dat mijn moeder het allemaal erg spannend vond en bij het schrijven van de korte teksten die we moesten uitspreken werd ze soms emotioneel. Ze begon me zelfs vragen te stellen over m’n jeugd en de opvoeding en of ik vond dat ze onredelijk was geweest. En het duurde best eventjes voordat ik door had wat er aan de hand was en waar het vandaan kwam. Ook zij had in haar jeugd last gehad van het trauma van haar vader, maar had dat nooit zo naar ons uitgesproken. En ze vroeg zich nu af of dat ook gevolgen had gehad voor mij en mijn broer. Na wat navragen binnen het NLVi heb ik mijn moeder in contact gebracht met een maatschappelijk werker van de naoorlogse doelgroep, zodat ze haar verhaal met een professional kon delen. De herdenking was uiteindelijk prachtig en voor haar best emotioneel. Het leverde ons als kinderen en kleinkinderen het jaar daarna samen met mijn ouders een prachtige reis op naar Java en Bali. Naar de plek van het ouderlijk huis, naar de herinneringen van mijn moeder en het ereveld Kembang Kuning waar we bloemen hebben gelegd bij het graf van haar oom Dee. De cirkel was rond.
De impact van oorlog komt in vele gezinnen voor, soms dichterbij dan je denkt. En ongetwijfeld zijn er onder u personen die dit verhaal vanuit hun eigen familieverleden maar in een andere context herkennen. Het is belangrijk dat we de verhalen van vroeger blijven delen met de generaties van nu. Zodat ook zij begrijpen wat de impact van oorlog is op verschillende generaties. Dat we de militairen blijven eren en gedenken die ooit opstonden toen er een beroep op hen werd gedaan. Vandaag staan we in het bijzonder stil bij de offers van 7 jonge Nederlandse militairen, opdat we hen niet vergeten.
Dank u wel voor uw aandacht.
Fotograaf: Wim van de Pol.