DORDRECHT - Niet eerder heeft actrice Anna Drijver met een solovoorstelling op het toneel gestaan. Een paar jaar geleden las ze de historische roman ‘De mannen van Maria’ van Anneloes Timmerije. Het maakte grote indruk op haar. Geïnspireerd door de roman en het waargebeurde verhaal vroeg ze de jonge toneelschrijfster Maxine Palit de Jongh de roman te bewerken tot een monoloog. Regisseur Olivier Diepenhorst maakte er een theatervoorstelling van.

De ‘Gouden Eeuw’ en de Koloniale geschiedenis hierin, het is vooral een verhaal van en over mannen. Als we de titel van de historische roman van Timmerije en de voorstelling van Anna Drijver mogen geloven, dan gaat het toch weer om mannen. Maar nu eens een keer niet.
In een prachtig sober decor waar met kettingen de romp van een VOC-schip wordt verbeeld vertelt Anna Drijver het verhaal van de eigenzinnige Maria van Aelst, die in 1625 als jong meisje naar Batavia wordt gestuurd om met andere jonge vrouwen voor de ‘volksplanting’ te zorgen. Op de huwelijksmarkt van ene ‘Juffrouw Qual’ blijkt ze aantrekkelijke ‘koopwaar’. Ze is snel getrouwd en na anderhalf jaar alweer weduwe. Ook dat duurt niet lang, ze hertrouwt met haar zaakwaarneemster. Het oorspronkelijke doel, zorgen voor Nederlands nageslacht, wil niet lukken. Ook het tweede huwelijk eindigt met een overlijden van haar echtgenoot. Intussen ontwikkelt Maria zich tot een zelfstandige vrouw die rijkdom verwerft door handel te drijven met diamanten. Haar derde huwelijk met Antonio van Diemen, de latere gouverneur-generaal van Oost-Indië, lijkt tot de nodige stabiliteit te leiden. Los van haar eigen verworven rijkdom en zelfstandigheid lijkt het een vrij traditioneel verhaal over de koloniale wereld in de Oost, met slavernij en het drijven van handel ten koste van alles.
Ook het derde huwelijk met gouverneur van Diemen blijft kinderloos. Maria eigent zich mensen toe, zus en zusje en de dochter van zusje, meisje. De vrouwen en het meisje krijgen geen naam, waarmee de status van slaaf wordt benadrukt. Ze reist terug naar Nederland en neemt meisje mee. Tegen de regels van die tijd in blijft ze het kind als haar eigendom / eigen dochter beschouwen. Als tijdens haar verblijf in Nederland ook haar derde echtgenoot, de gouverneur, overlijdt, is er geen reden meer om terug te keren naar de Oost. In Nederland trouwt ze nog twee keer. Als ze eindelijk alsnog een kind krijgt overlijdt het kind na enkele dagen.
Maria van Aelst behoorde in haar tijd tot de rijkste mensen van haar land. Het lijkt aannemelijk dat gouverneur van Diemen en Maria worden afgebeeld in een dubbelportret van Rembrandt.

Maria van Aelst was een zelfstandige vrouw, die goed paste in de harde, zakelijke wereld van de Gouden Eeuw en het koloniale leven. Met één persoonlijk drama:
‘Mijn schoot is leeg, mijn vermogen groots, mijn naam is Maria van Aelst, ik ben van niemand.’
Gezien op 30 januari ’25 in Het Energiehuis:
‘De Mannen van Maria’ door Anna Drijver
Regie: Olivier Diepenhorst
Tekstbewerking: Maxine Palit de Jongh
Bewerking van de historische roman van Anneloes Timmerije